Verloskundige Praktijk Artemis      Bezoekadres Jan Gielenplein 8      Postcode 4731 HL Oudenbosch      Tel 0165-312300      info@artemisoudenbosch.nl

 

De Bevalling

De uitgerekende datum is de dag dat je 40 weken zwanger bent. Van 37 tot 42 weken zwangerschap mag je onder onze leiding bevallen en mag je baby in principe onder onze leiding geboren worden. Één van ons zal je bevalling begeleiden. Dit is degene die op het moment van je bevalling dienst heeft.

Een bevalling van een eerste kind duurt ongeveer 12-24 uur, waarvan de eerste uren met name contracties zijn die de baarmoedermond rijp maken. Voor de werkelijke ontsluiting rekenen we ongeveer 12 uur, iets meer dan 1 centimeter per uur. Een bevalling van een tweede kindje gaat vaak wat sneller.

Je bent pas aan het bevallen als je contracties voor ontsluiting zorgen. Dan pas gaan we spreken over het hebben van weeën. Omdat je baarmoedermond bestaat uit heel sterk bindweefsel (het heeft immers 9 maanden jullie kind binnengehouden) moet deze eerst week en zacht worden, alvorens hij zich kan openen. Iedere zwangere 'doet' dit ‘week worden’ anders. Ook is er verschil of het je eerste kind is, of dat je al eens vaker bent bevallen. Voor de een begint het al aan het eind van de zwangerschap, met een menstruatieachtig gevoel, harde buiken en steken. Voor de ander vindt het week worden plaats aan het begin van de bevalling. Eerst met veel onregelmatige contracties. Die worden met het verstrijken van de uren steeds regelmatiger en gaan daarna over in weeën, omdat er dan ontsluiting gaat ontstaan. Een vrouw zal nooit bevallen als haar baarmoedermond niet week en zacht is (wij noemen dat rijp). Omdat bij de ene vrouw de baarmoedermond eerder rijp is, zal zij ook eerder bevallen dan een andere vrouw die er langer over doet om een rijpe baarmoedermond te krijgen. Ook in een ziekenhuis zal de gynaecoloog, als dat enigzins mogelijk is, de bevalling niet eerder in gang zetten dan dat de baarmoedermond rijp is.

SOORTEN WEEEN

Indalingsweeën
Vanaf de 8ste maand van de zwangerschap beginnen soms al de indalingsweeën. De baby zakt meer en meer in het bekken. Dit geeft een menstruatieachtige pijn, soms steken in de onderbuik. Het kan zijn dat je hier geen last van hebt, anderen ervaren dit als onprettig.

Voorweeën
Voorweeën zijn onregelmatig in tijd: soms om de 5-10 dan om de 15 of 20 minuten. Deze weeën duren ook nog niet zo lang (minder dan een minuut). Sommige zwangeren kunnen er enkele nachten na elkaar onrustig van slapen, anderen merken er weer niks van. De baarmoederhals begint te rijpen, te vervormen en daardoor komt mogelijk de slijmprop los.

Ontsluitingsweeën
De eerste uren van de bevalling kunnen weeën onregelmatig zijn in frequentie en duur. Deze weeën zorgen voor verweking en verstrijking van de baarmoedermond. Na een aantal uren worden de weeën steeds pijnlijker en gaan ze ook langer duren. 
Wanneer de weeën regelmatig om de vier minuten komen en een minuut duren, zijn dit goede weeën die zorgen voor de ontsluiting en noemen we ze dus ontsluitingsweeën. Deze weeën zijn pijnlijk en je moet ze wegzuchten of wegpuffen. Zoek om de weeën op te vangen naar een houding en manier die je zelf prettig vindt of die je misschien hebt geleerd op een zwangerschaps-cursus.

Wij komen langs nadat jullie ons gebeld hebben (zie beladvies). We controleren de zwangere (dmv inwendig onderzoek kunnen we de ontsluiting opmeten) en houden de conditie van de baby in de gaten ( we luisteren naar het hartje). We maken dan, in overleg met jullie een plan voor wanneer we je weer komen beoordelen of wanneer je naar het ziekenhuis gaat voor een poliklinische bevalling.

Persweeën
Ontsluitingsweeën zullen na verscheidene uren overgaan in persweeën . Als je 10 cm ontsluiting bereikt hebt mag je echt beginnen met persen. 
Op het einde van de bevalling krijg je natuurlijk veel meer druk in je bekken. De baby neemt veel plaats in je bekken in en je onderrug krijgt het hierdoor ook te verduren. Persdrang is wat anders dan die druk die je onderin voelt.
Het is een “oerdrang”, je kan dit gevoel niet meer onderdrukken door weg te zuchten. Je moet als het ware echt mee gaan duwen. Er komt een grote druk op de anus en de baarmoederspier gaat meestal duidelijk zichtbaar naar beneden duwen. Wij zullen samen met jou en je partner een manier zoeken om een goede houding en perstechniek te vinden, om zo effectief mogelijk te kunnen persen. 

Bij een eerste bevalling kan het persen best een tijdje duren. Het baringskanaal moet helemaal oprekken, en dit gaat meestal heel geleidelijk. Je mag ervan uitgaan dat er een grote kans is dat je de eerste 20 minuten van het persen nog geen haartjes van de baby ziet. Wij merken dan toch wel dat er vooruitgang is. Probeer dit te aanvaarden en er 100% voor te gaan.
Pas als de baby laag genoeg zit, tegen de bekkenbodemspieren aan, dan zie je het hoofdje goed verschijnen. De druk wordt dan ook zeer groot op de anus, dit kan ook een branderig gevoel geven. Het is een stuk van de bevalling waarbij je soms zou willen opgeven, maar net dat laatste stukje vraagt een extra zetje, extra wilskracht om het tot een goed einde te brengen. Wij zullen je hierbij zeker motiveren en stimuleren. Gemiddeld wordt een eerste kindje na 1 a 1,5 uur persen geboren. 

 

GEBROKEN VLIEZEN

Soms begint de bevalling met het breken van de vliezen. Maar het kan ook zijn dat je daarvóór al weeën had.
Als je vruchtwater verliest, kan het zijn dat dit een klein beetje is, maar het kan ook zijn dat je hele broek of bed ineens nat is. Er zit dan een scheurtje in je vliezen en er zal dus elke keer bij een beweging of een wee wat vruchtwater blijven lopen. Probeer wat vruchtwater op te vangen in een bakje of verbandje (kraamverband uit je kraampakket) dan kunnen wij met je mee kijken of het inderdaad vruchtwater is.

Verlies je vruchtwater kijk dan goed naar de kleur. Het is helder als het er uitziet als water of een beetje roze met eventueel witte vlokjes. Dit is normaal. Merk je dit ’s nachts op, dan kan je ons ’s ochtends om 8.30uur bellen op het spoednummer: 06-53565146. Breken de vliezen overdag, dan kan je ons direct bellen. Is het geel, groen of bruin bel ons dan altijd meteen, ook 's nachts. Het kan zijn dat de baby in het vruchtwater heeft gepoept.

Bij twijfel over het feit of je vliezen wel of niet gebroken zijn of twijfel je over de kleur van het vruchtwater overleg dan even met ons.

Vaak beginnen na het breken van de vliezen de weeën (als je die nog niet had). Soms duurt het wat langer voor de weeën op gang komen. We wachten dan rustig af. In de tussentijd is het verstandig niet in bad te gaan (wel onder de douche) en niet te vrijen i.v.m. de kans op infecties. Indien de weeën niet zelf op gang komen wordt je de ochtend nadat er 24 uur verstreken zijn ingeleid door de gynaecoloog in het ziekenhuis.

 

BARINGSHOUDINGEN

Tijdens het persen kun je verschillende houdingen aannemen. Het beste kun je tijdens de bevalling bepalen wat je het prettigst vindt. Dat is afhankelijk van verschillende factoren, zoals:

Zoals:

  • de kracht van de weeën;
  • de sterkte van de persdrang;
  • of de baby erg vlot of juist langzaam door het baringskanaal komt;
  • de grootte van de baby;
  • de soepelheid van je bekkenbodemspieren.

Liggend op de rug

De meeste vrouwen bevallen liggend op bed. Meestal vragen we je je benen op te pakken en je kin op je borst te doen om te persen. Je maakt dan maximale ruimte voor het kind en je hebt zo doorgaans de meeste kracht.

Persen hoef je nooit meteen perfect te doen. Soms duurt het even voordat je goed en actief mee kan persen. Dit is heel normaal. Dit tellen we ook mee in de duur van de uitdrijving.

Zittend op bed

Hierbij zit je, met rechte rug, wat achterovergeleund (anders kan de baby er niet langs i.v.m. het matras), gesteund door een ruggesteun of het verstelbare bovenstuk van het bed. Er kan ook iemand achter je zitten.

Zittend op de baarkruk

Ook hier zit je wat achterover. Er zit iemand achter je op een stoel om je te steunen. Je steunt met je armen op de benen van de persoon die achter je zit.

Voor vertikaal bevallen geldt dat je heel coöperatief moet zijn. Je weet nooit van tevoren hoe dit voor jou is. De bevalling kan snel gaan en het zicht op de bekkenbodem is voor ons minder. Het is ook een heel actieve manier van bevallen. Sommige vrouwen zijn gewoon te moe om nog zittend te persen.

Tijdens je bevalling zul je dus zelf ervaren wat voor jou de beste houding is. 

Bad

Zowel in het Moeder en Kind Centrum in Bergen op Zoom als Origine in Breda is het mogelijk om een kamer te huren met een bevalbad. Mocht je hier voorkeur voor hebben geef dit aan tijdens je consult op het spreekuur.

 

DE NAGEBOORTE

De nageboorte is de laatste fase van de bevalling, waarbij de moederkoek (of placenta) wordt 'geboren'. De placenta is het orgaan dat tijdens de zwangerschap gezorgd heeft voor de zuurstofvoorziening, de voedselopname en de uitscheiding van afvalproducten van de baby. Bij het geboren worden van de placenta moet je weer meepersen. Jullie mogen ervoor kiezen de placenta te bewaren/mee naar huis te nemen of deze weg te gooien/achter te laten in het ziekenhuis.

Nadat de placenta is geboren wordt er, indien er een knip is gezet of er een scheurtje is ontstaan, gehecht.

 

 

COMPLICATIES EN "BIJZONDERE" BEVALLINGEN

Overtijd zijn/serotiniteit

Bevallen na je uitgerekende datum is heel normaal. De uitgerekende datum is immers een gemiddelde. 5% van de vrouwen bevalt op haar uitgerekende datum.

Wel spreken we tussen de 41 en 42 weken zwangerschap extra controles af. Dit wordt in samenspraak met de gynaecoloog gedaan. Hierbij wordt eventueel een keer inwendig onderzoek gedaan om te bekijken of de baarmoedermond al rijp is en er evt al ontsluiting is. Indien er ontsluiting is kunnen we een poging doen je te strippen (het losmaken van de vliezen van de baarmoederwand). Hierdoor komt hormoon vrij waardoor bij 1:7 vrouwen de bevalling spontaan begint. Hierna zullen we bij ongeveer 10 dgn na je uitgerekende datum een controle bij de gynaecoloog afspreken. Deze controle bestaat uit een hartfilmpje van de baby (CTG), een controle van de gynaecoloog met een echo om te zien of de baby nog voldoende vruchtwater heeft.

Kondigt de bevalling zich aan vóór de 42 weken, dan bel je ons voor je bevalling. Ná 42 weken neemt de gynaecoloog de zorg over. De bevalling wordt dan ingeleid.  

Tegenwoordig zijn gynaecologen wat minder terughoudend met inleiden en stellen soms voor om eerder dan 42 weken in te leiden. Ook als er geen medische noodzaak voor is. Bedenk goed voor jezelf of je dit ook echt wilt. Omdat de bevalling zich niet zelf aankondigt en je weeën uit een infuus krijgt maak je de bevalling medisch waardoor de kans op complicaties verhoogd wordt bij zowel moeder als kind.

Bijstimulatie

Je bent aan je bevalling begonnen als je weeën hebt die voor ontsluiting zorgen. Vervolgens letten wij erop dat de ontsluiting voldoende vordert. Gemiddeld zul je bij je eerste kind een centimeter per uur ontsluiten. Bij de volgende kinderen zal het over het algemeen wat sneller gaan. We spreken van een verlengde baring als de ontsluiting te traag gaat of stagneert. Vaak wordt dit veroorzaakt door onregelmatige weeën of weeën die niet krachtig genoeg zijn. We besluiten dan dat er een infuus met weeënstimulerende hormonen nodig is. Dit heet het bijstimuleren van de baring en gebeurt in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog.

Vacuumextractie

Blijkt tijdens de uitdrijving, dat de geboorte van de baby moet worden bespoedigd, dan kan worden gekozen voor een vacuümextractie. Deze 'kunstverlossing' vereist speciale zorg en vindt daarom altijd plaats in een ziekenhuis en altijd onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog. Een vacuümextractie kan alleen worden uitgevoerd bij volledige ontsluiting. Dat wil zeggen: als je 10 centimeter ontsluiting hebt. Bovendien moet de baby in hoofdligging liggen en voldoende ingedaald zijn. 

Van het verlosbed wordt een dwarsbed gemaakt, door de onderste helft van het bed te verwijderen. De benen worden in de beensteunen gelegd. Met een injectie wordt de bekkenbodem plaatselijk verdoofd voor een knip. De blaas wordt leeggemaakt met behulp van een katheter (een slangetje dat in de blaas wordt gebracht). Meestal wordt er ook een draadje op het hoofd van de baby geplaatst, om de hartslag in de gaten te kunnen houden.

Op het hoofdje van de baby wordt een kunststof (soms een metale) zuignap geplaatst. Deze zuignap wordt vastgezogen op het hoofdje. Op het moment dat je een wee krijgt en mee mag persen, trekt de gynaecoloog mee met de zuignap. Hij helpt je als het ware een beetje.

Als het hoofd van de baby is geboren, wordt de zuignap weggehaald. Hierna kan de baby verder geboren worden. Op de plaats waar de zuignap heeft gezeten, zie je vaak een verdikking op het babyhoofdje. Dat is een opeenhoping van vocht, die gewoonlijk binnen enkele uren vanzelf weer verdwijnt. Kindjes worden wel binnen een dag door de kinderarts nagekeken voordat zij met moeder mee naar huis gaan.

Stuitligging

In stuitligging ligt de baby met zijn billen of voeten naar beneden. 1 op de 35 kinderen ligt in stuitligging. Tijdens de zwangerschapscontroles voelen wij uitwendig naar de ligging van de baby. Soms twijfelen we en moeten we een echo afspreken of, we proberen er met een inwendig onderzoek achter te komen hoe de baby ligt. Een enkel keer komt het voordat een stuitligging niet wordt ontdekt tijdens de zwangerschap of dat de baby net voor de bevalling nog zelf draait naar stuitligging.

Er bestaan verschillende vormen van stuitligging. De twee belangrijkste zijn:

  • de onvolkomen stuitligging: hierbij liggen de benen gestrekt langs het lichaam omhoog. Deze ligging komt het meeste voor.
  • de volkomen stuitligging: hierbij zit de baby in kleermakerszit, de knieën gebogen en de voeten naast de stuit. 

Voelen wij rond 35 - 36 weken zwangerschap een stuitligging, dan verwijzen we je naar Loes of Siska. Zij zijn de verloskundigen in onze regio die gespecialiseerd zijn in stuitliggingen en het eventuele draaien ervan tijdens de zwangerschap. Zij zullen dan een echo en een gesprek met je plannen om te kijken of de uitwendige versie voor jullie kindje een optie is en of jullie hiervan dan ook gebruik willen maken. Op de praktijk hebben we ook een folder over de stuitligging en de uitwendige versie, die je zelf thuis kan doorlezen, voor of nadat je bij Loes of Siska bent geweest.

Lukt een versie niet, of kan deze niet uitgevoerd worden, dan zul je onder leiding van de gynaecoloog moeten bevallen. De gynaecoloog zal beoordelen, of het bekken groot genoeg is om het hoofdje gemakkelijk te laten passeren. Als daar geen twijfels over zijn, dan kun je prima vaginaal baren. Blijken er wel twijfels over het bekken of de grootte van het hoofdje van jullie baby, of als de billen van de baby tijdens de bevalling maar moeizaam indalen in het bekken, dan zal besloten worden tot een keizersnede. Bij een stuitligging komt het er namelijk op aan, dat op het allerlaatst, als de billen al geboren zijn, het hoofdje vlot kan passeren. De gynaecoloog moet van te voren inschatten of dat zal gaan lukken.

De beslissing om het kind met behulp van een keizersnede geboren te laten worden, kan op verschillende tijdstippen worden genomen. Zo kan het besluit al vallen aan het einde van de zwangerschap, als de gynaecoloog bijvoorbeeld twijfels heeft over het bekken of de grootte van het hoofdje van de baby. Ook jou mening telt natuurlijk, als je vaginaal baren helemaal niet ziet zitten, dan krijg je een keizersnede.

Besluit je het vaginaal te proberen, dan kan het toch nog altijd zijn, dat er tijdens de bevalling een keizersnede moet worden gedaan. Bijvoorbeeld, als de baby in slechte conditie raakt of als de bevalling te lang duurt. Alleen onder zeer gunstige omstandigheden zul je vaginaal kunnen baren van een kind in stuitligging. 

Het belangrijkste verschil is, dat bij een stuitbevalling het grootste deel van het lichaam, namelijk het hoofd, het laatst wordt geboren. De bevalling moet ook in het ziekenhuis plaatsvinden, onder leiding van de gynaecoloog. De risico’s voor het kind zijn toch iets groter dan normaal, omdat het hoofdje als laatst geboren wordt. De ontsluiting verloopt hetzelfde als bij een bevalling in hoofdligging, met alle individuele verschillen die daar bijhoren. Tijdens de uitdrijvingsfase lig je op een dwarsbed. Dit is een ingekort bed, dat eindigt bij je billen en waarbij je benen in speciale steunen komen te liggen. Zo is er alle ruimte om bij het kind te kunnen. Wanneer er volledige ontsluiting is, is het gebruikelijk dat je mag gaan persen. Meestal wacht men ook totdat je lichaam zelf persdrang aangeeft. Bij een stuitligging kun je ook al eerder persdrang voelen. Bijvoorbeeld al bij 8 centimeter. Dit komt omdat de stuit kleiner is dan het hoofd en dus eerder op je endeldarm drukt. Druk op je endeldarm geeft tijdens de baring persgevoel. Je mag dan nog niet actief persen en moet de persdrang ophouden tot er een volledige ontsluiting is. Dit kan een vervelend gevoel zijn. Het komt ook bij de hoofdligging voor. Als de stuit bijna geboren is, wordt er meestal een knip gezet. Dit wordt gedaan om meer ruimte te maken. Nodig, omdat na de geboorte van de billen, romp en hoofd snel moeten volgen. Als het lijfje bijna geboren is, zal de gynaecoloog de baby verder met de geboorte helpen. Dit doet hij door de billen tussen zijn handen te pakken en in de richting van je buik te bewegen. Soms moet de gynaecoloog ook de armen van de baby helpen geboren te worden. Als de baby geboren is, kunnen billen, schaamlippen of balzak er wat vreemd uitzien. Door de druk tijdens de bevalling worden ze soms wat gezwollen en rood. Dit is na een paar dagen weer verdwenen. Opvallend is verder dat de baby de eerste dagen nog makkelijk met zijn beentjes omhoog gaat liggen. Ook dit verdwijnt na verloop van tijd weer.

Als je vertrouwen hebt in je gynaecoloog en in jezelf, en alles ziet er medisch gezien goed uit, dan kun je prima besluiten vaginaal te baren.

Sectio caesare/keizersnede

Een geplande keizersnede

Soms weet je als zwangere al van tevoren dat je kind via een keizersnede geboren zal worden. Je krijgt een ‘geplande keizersnede’. Hieronder volgt een aantal redenen:

  • het bekken is te smal, waardoor de baby niet langs vaginale weg ter wereld kan komen;
  • de placenta ligt voor de baarmoedermond;
  • de baby ligt in dwarsligging;
  • bij sommige stuitliggingen.

Een spoedkeizersnede

Het kan gebeuren, dat tijdens jouw bevalling direct een operatie noodzakelijk is. Dan is er sprake van een ‘spoedkeizersnede’. Deze wordt uitgevoerd in de volgende situaties:

  • de baby raakt tijdens de bevalling in een slechte conditie;
  • de bloeddruk van de zwangere is plotseling veel te hoog en het is beter om meteen te gaan bevallen;
  • de ontsluiting vordert niet; het aantal centimeters ontsluiting blijft te lang hetzelfde;
  • de uitdrijving vordert niet; ondanks goed persen wil de baby niet door het baringskanaal;
  • bij de baby in stuitligging gaat het baringsproces niet vlot genoeg;
  • er komen geen goede weeën, ondanks bijstimulatie.

Voorbereiding op de keizersnede

Besluit de gynaecoloog om een keizersnede te gaan doen, dan gaat hij eerst bellen om een ‘OK-team’ bij elkaar te roepen. De verloskamerverpleegkundige gaat jou ondertussen gereed maken:

  • sieraden moeten allemaal af;
  • je huid wordt geschoren op en rondom de plaats van de snede;
  • je krijgt een operatiehemd aan;
  • je krijgt een injectie ter voorkoming van trombose;
  • je krijgt een infuus;
  • ook krijg je een katheter om je blaas leeg te houden.

Daarna ga je naar de operatiekamer.

Verdoving tijdens de keizersnede

De eerste keus tijdens een keizersnede is altijd epidurale verdoving, waarbij moeder verdoofd is vanaf de buik naar beneden. Bij het plaatsen van de ruggenprik is de partner niet aanwezig, bij de operatie zelf wel. En uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat er een algehele narcose wordt gebruikt. In dit geval mag de partner ook niet op de operatiekamer aanwezig zijn.

De operatie

Als de operatie begint, wordt er een snee in je buikwand gemaakt. Meestal iets boven je schaambeen.

In laagjes wordt de buikwand tot aan de baarmoeder doorgesneden. De blaas wordt van de baarmoeder losgemaakt en een beetje opzij gelegd. De baarmoeder wordt opengemaakt, de vliezen worden gebroken en de gynaecoloog haalt meteen de baby uit je baarmoeder. Ook wordt dan het vruchtwater afgezogen.

Tussen het maken van de snee en de geboorte van het kind liggen ongeveer drie minuten. De placenta wordt daarna losgemaakt van de baarmoeder en samen met de vliezen verwijderd. Je krijgt via het infuus nog verschillende medicijnen toegediend, zoals pijnstilling en iets om de baarmoeder goed te laten samentrekken. De baarmoeder wordt daarna gehecht. De blaas wordt weer vastgelegd en de buikwand laag voor laag gehecht. Dit duurt ongeveer drie kwartier. Met een epiduraal kun je dan naar de uitslaapkamer.

Bij een algehele narcose moet je eerst zelf ademen, dan gaat het buisje uit je keel en de narcosapparatuur wordt afgesloten. Daarna ga je naar de uitslaapkamer om bij te komen.

Vanuit de uitslaapkamer ga je, als alles goed gaat, naar de kraamafdeling. En dan snel bij je baby zijn.

De baby

Het hangt van de reden van de keizersnede af, hoe de opvang van je baby zal verlopen. Gaat het allemaal goed, dan is er tijd voor een rustige kennismaking. Dan zal het kindje bij je blijven op de borst onder een warme doek, terwijl je gehecht wordt.

Gaat het niet zo goed, dan wordt de baby meteen meegenomen naar de babykamer naast de operatieruimte. Daar is een kinderarts die de baby opvangt. Hij bekijkt de hartslag, de ademhaling, de spierspanning, de kleur en de reflexen van je baby.

Ook kijkt de kinderarts naar afwijkingen. Is alles goed, dan mag je baby in een bedje naar papa. Gaat het niet optimaal, dan wil de kinderarts de baby op de kinderafdeling in de gaten kunnen houden.