Verloskundige Praktijk Artemis      Bezoekadres Jan Gielenplein 8      Postcode 4731 HL Oudenbosch      Tel 0165-312300      info@artemisoudenbosch.nl

 

Stuitligging

Wat is een stuitligging?
Bij een stuitligging ligt het hoofdje van de baby niet naar beneden gericht, maar liggen de billen of voeten naar beneden. Bij 30 weken ligt nog ongeveer 25% van alle kinderen in stuitligging. Bij 36 weken is dit gedaald naar ongeveer 3%. Voor een kindje is een hoofdligging makkelijker om geboren te worden omdat dit de meest natuurlijke ligging is. Er zijn verschillende soorten stuitliggingen:
Onvolkomen stuitligging: hierbij liggen de benen van het kindje gestrekt omhoog naast het lichaam. Je kunt zeggen dat je kindje op zijn billen zit;
Volkomen stuitligging: het kindje zit in kleermakerszit, de voeten liggen bij de billen;
Half onvolkomen stuitligging: hierbij ligt één been gestrekt naar boven en de andere naar beneden gericht;
Voetligging: het kindje heeft één of beide voeten voor de uitgang liggen.
Oorzaken van een stuitligging
In 85% van de gevallen wordt geen oorzaak gevonden. Bij tweelingen komt een stuitligging vaker voor. Ook wanneer de placenta voor de uitgang ligt en bij bepaalde afwijkingen van de baarmoeder komt het vaker voor. Vandaar dat een echo gemaakt wordt om deze oorzaken uit te sluiten.

Keuzes maken
Wanneer je kindje in stuitligging ligt krijg je een aantal keuzes voorgelegd. De eerste keuze uitwendige versie of geen uitwendige versie. Wanneer je dit niet wilt of wanneer het niet lukt, krijg je de lastige keuze voorgelegd om te kiezen tussen een vaginale stuitbevalling of een keizersnede. Dit blijven altijd lastige keuzes maar hieronder zullen we kort beschrijven wat het allemaal inhoudt.

Uitwendige versie
Dit houdt in dat het kindje gedraaid wordt van stuitligging naar een hoofdligging. Het gebeurt via de buitenkant van je buik.
Vanaf een week of 35-36 kan je kindje gedraaid worden. Dit is afhankelijk van of dit het eerste kindje is. Het is wel zo dat er voldoende vruchtwater dient te zijn. Voor dit termijn draaien we nog niet omdat de kans op terug draaien nog groot is. Een uitwendige versie wordt altijd gedaan door een gekwalificeerde verloskundige die hier speciaal in getraind is. In onze praktijk is dat Anika. Tijdens de versie probeert de verloskundige om het kindje een koprol te laten maken; forward roll. Wanneer dit niet gaat probeert de verloskundige of het kindje een koprol achterover wil maken; backward roll. Zelf lig je op de onderzoeksbank met opgetrokken knieën.

De kans dat de uitwendige versie lukt ligt tussen de 40% - 50%. Wanneer een vrouw al eens bevallen is, is het slagingspercentage wat hoger. Wanneer er voldoende vruchtwater is, de placenta tegen de achterkant van de baarmoeder ligt en je buik soepel is, wordt het draaien vergemakkelijkt. 

Aan iedere handeling die je doet zitten risico's aan. Wel is het zo dat de kans op complicaties heel klein in. Maar het kan voorkomen dat de hartslag van je kindje vertraagd of versnelt. Dit herstelt vrijwel altijd binnen tien minuten en heeft dan geen verdere gevolgen.
Voor de uitwendige versie krijg je een half uur een hartfilmpje van de baby, ook na de versie wordt een half uur de baby geregistreerd. De hartslag wordt zo in de gaten gehouden, mocht deze niet bijtrekken dan komt de gynaecoloog erbij. In het meest zeldzame geval kan de bevalling op gang worden gebracht door de uitwendige versie. Dit gebeurt bij 0,2% van de uitwendige versies.

Wanneer de versie gelukt is kun je gewoon bij ons onder controle blijven en met ons bevallen. Wanneer de versie niet gelukt is kan deze nogmaals herhaald worden of je kunt direct naar de gynaecoloog doorgestuurd worden. Aldaar wordt besloten tot een vaginale stuitbevalling of een keizersnede. Uiteraard in overleg met jullie. Soms heb je geen keuze en wordt besloten tot een keizersnede omdat een vaginale stuitbevalling niet veilig is. Dit bepaalt de gynaecoloog door onderzoek te doen.  

Vaginale stuitbevalling of keizersnede?
Wanneer je kiest voor een vaginale stuitbevalling word je ontzettend goed in de gaten gehouden. Wanneer de gynaecoloog iets tegen komt wat hij niet vertrouwd zal sneller gekozen worden voor een keizersnede. Bij een vaginale stuitbevalling zien we vaker dat een kindje op de couveuseafdeling opgenomen dient te worden. Op de lange termijn is er geen verschil tussen kinderen in  stuitligging die via een keizersnede zijn geboren en die vaginaal zijn geboren. De ontwikkeling verloopt hetzelfde en er is geen grotere kans op sterfte. Uit onderzoek onder tweejarige kinderen (geboren in stuitligging) blijkt dat de gezondheid van kinderen die in een couveuse hebben gelegen niet verschilde van kinderen die niet in een couveuse hebben gelegen.   Voor de moeder zijn er geen extra risico's.

Voor de moeder is na een keizersnede meer kans op problemen dan na een vaginale stuitbevalling. Enkele problemen kunnen zijn wondinfecties, nabloedingen, beschadiging van de blaas of het niet goed op gang komen van de darmen. Bij iedere volgende zwangerschap na een keizersnede moet je bevallen in het ziekenhuis. Na een keizersnede heb je een litteken in de baarmoeder en je hebt iets meer kans hebt dat het litteken in de baarmoeder scheurt, ongeveer 1%. Ook is een kleine kans dat tijdens een volgende zwangerschap de placenta in het litteken van de baarmoeder groeit waardoor je meer kans op bloedverlies hebt omdat de placenta niet wil komen.

Met de werkgroep versie uit regio Bergen op Zoom en Roosendaal zijn twee folders ontwikkeld.
1. Versie bij een stuitligging
2. Niet geslaagde versie, hoe nu verder?